Stel jezelf even voor
Hallo! Mijn naam is Lucien, ik ben 19 jaar en ik kom uit Gemert. Ik speel sinds mijn achtste viool, en momenteel studeer ik klassiek viool aan het Conservatorium van Amsterdam. Voorheen heb ik les gehad aan de muziekschool van Gemert, maar daarna heb ik zes jaar les gehad bij de Young Musicians Academy in Tilburg. Verder hou ik ook veel van lezen, natuur, componeren en het verzamelen van mooie onbekendere klassieke muziek.

Hoe kwam je terecht bij de YMA?
Mijn vader speelt cello, en heeft les bij Frank Spronk. Toen hij hoorde dat mijn viooldocent vond dat ik meer uitdaging nodig had, vertelde hij over de YMA. Volgens hem was het misschien wel een idee om auditie te gaan doen. In eerste instantie wist ik niet zo heel goed wat het in zou houden, maar ik wilde het toch proberen. Mijn ouders hielpen me daar erg bij, en uiteindelijk ben ik met hakken over de sloot aangenomen (gelukkig!).

Waarom koos je voor de viool?
Als ik eerlijk ben weet ik dat niet zo zeker, maar ik weer nog wel heel goed dat ik de viool qua uiterlijk ontzettend mooi vond. Waarschijnlijk is die behoefte om zoiets moois in mijn handen te hebben een beetje geëscaleerd tot een liefde voor de klank en de muziek. Wat wel leuk is om te weten, is dat onze buurman violist was, en zijn studeerkamer grensde aan mijn babykamer. Ik was wel ontzettend jong, dus waarschijnlijk heeft het geen invloed gehad, maar een romantisch verhaal is het wel. Mijn ouders waren in het begin wel een beetje sceptisch of het geen impulsieve kindergedachte van me was om viool te gaan spelen, maar ik heb maanden volgehouden dat ik perse voor dit instrument wilde gaan, en zo geschied.

Wat was voor jou het hoogtepunt van de YMA?
Natuurlijk waren de dingen die ik voor solo viool geleerd heb buitengewoon leuk en essentieel voor mijn latere muziekleven, maar kamermuziek was bij de YMA voor mij heel speciaal. In specifiek bij de zomerschool die we elke zomervakantie hadden. Alle studenten vormden dan kamermuziek ensembles, en gingen aan het eind van een week hard werken, hun stukken opvoeren voor medestudenten en familie. Ik weet nog dat ik altijd stiekem ging luisteren naar de oudere studenten, omdat ik zo onder de indruk was van hun spel en van het mooie repertoire. Ooit speelden ze het tweede pianokwartet van Dvorak, en ik heb dat nog maanden daarna plat geluisterd. Later hoorde ik zelf bij die oudere studenten, en kreeg ik ook de kans om prachtige muziek te spelen. Hiervan heb ik niet alleen veel geleerd, maar dus veel jeugdig plezier aan gehad, wat zonder twijfel essentieel is geweest voor mijn keuze om de muziek in te gaan.

Je speelde op de YMA veel samen met Kris van der Plas. Hoe is dat zo gegroeid?
Kris is een zeer goed pianist die ik ontmoette bij deze zomerschool. Het was namelijk niet alleen een plek om plezier te hebben en nieuw repertoire te leren, maar ook een plek om de nieuwe studenten te leren kennen van dat komende jaar. Ik zat al een paar jaar op de YMA toen Kris erbij kwam, en we werden goede vrienden. Onze muzieksmaak kwam heel erg overeen, en als we samen bij muziektheorie zaten hadden we ook heel veel plezier. Het klikte gewoon, zoals jongens op een middelbare school.
Het jaar daarna begonnen Kris en ik samen te spelen in een hoorntrio, met Tobias van Dongen. Dit heeft twee jaar geduurd, en we gingen daarna verder in een pianokwintet. Toch was het stiekem altijd onze wens om een duo te starten. We voelden ons als een goed werkend team als we voor plezier met elkaar speelden. Nu meer dan 5 jaar later, hebben Kris en ik een vast duo en studeren we beide aan het Conservatorium van Amsterdam. We bouwen een repertoire op, geven concerten, en de jonge energie is er nog steeds zoals die jaren voorheen!

Hoeveel studeerde je en hoe wist je dat in te passen in een volle schoolweek?
De hoeveelheid dat ik studeerde weet ik niet zo goed meer, het verschilde ontzettend. Toch heb ik veel minder gedaan dan dat ik wilde. Het zat vaak tussen de 1,5 en 2,5 uur per dag, wat ik persoonlijk moeilijk vond te combineren met school. Mijn school was totaal niet cultureel ingesteld, wat ook niet hielp, dus die tijd vond ik niet bepaald het leukst. Dit maakte mij, vooral in de laatste jaren, niet de makkelijkste leerling. Ondanks dat ik iedereen met respect behandelde maakte ik mijn huiswerk niet, moest ik veel nablijven door spijbelen, en was ik actief aanhanger van de ‘’zesjes-cultuur’’. Dit is absoluut geen advies aan jonge mensen, want ik had graag gewild dat het zou werken, maar muziek bleef me achtervolgen. Toch ben ik blij dat ik vol voor de muziek ben gegaan, want anders weet ik niet of ik mijn leven van nu wel allemaal zou hebben gehaald. Gelukkig hoef ik me er geen zorgen meer om te maken. Ik merk dat mijn hoofd dan ook meer rust heeft dan die tijd op de middelbare school, en ik me nu ook kan bezig houden met dingen die wel leerzaam zijn. Denk aan literatuur, filosofie, geschiedenis, kunst en op een productieve manier een taal leren, wat nu mijn hobby’s ook zijn.

Je had les bij Annemieke Corstens. Wat heeft zij jou geleerd/meegegeven?
Vrijwel alles. Als jonge jongen realiseer je je dat nog niet echt, maar nu ik erop terugkijk is zij buitengewoon belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling als violist en als musicus. Toen ik bij haar begon speelde ik helemaal niet goed, en zij heeft er voor gezorgd dat ik nog een juiste basis kreeg op mijn 12e. Haar scherpe karakter, muzikale visie, maar vooral haar toewijding aan haar leerlingen is iets waar veel docenten iets van kunnen leren. Zij en ik klikte goed, en ondanks dat bij haar studeren me altijd ontzettend uitdaagde, studeer ik nu met veel plezier verder met de dingen die ze me heeft meegegeven. Gelukkig hebben we nog steeds contact!

Hoe vond je de overgang naar het conservatorium?
Het is moeilijk te zeggen omdat ik begon in de piek van Corona. Desondanks voelde het wel als een bevrijding. Ik was altijd veel met muziek bezig, alleen vanaf toen werd het ook aangemoedigd om met muziek bezig te zijn. Het is erg druk, maar de agenda zit vol met leuke dingen, wat het allemaal heel aangenaam maakt. Vreemd is het wel, vooral ook omdat je moet verhuizen, in mijn geval naar Amsterdam. Je begint dus echt aan iets nieuws, en het is totaal niet te vergelijken met de middelbare school, maar dat vinden de meeste mensen niet zo heel erg geloof ik.

Wat was je leukste project tot nu toe?
Ik weet niet of ik zou kunnen kiezen. Nog niet zo lang geleden heb ik als concertmeester mogen spelen in een volle grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam, iets wat ik al heel lang had willen doen. Maar ook de Tzigane van Ravel soleren met orkest onder leiding van Dominic Seldis was iets waar ik met veel plezier naar terugkijk. Op zulke plekken ontmoet je zoveel nieuwe mensen, en maak je herinneringen die je je hele leven waarschijnlijk bij blijven. Toch zijn voor mij de eerste keer spelen in een orkest of in een kamermuziek ensemble misschien wel het leukst. Als jonge jongen, totaal naïef, voor de eerste keer overrompeld worden door de klanken van een grootse symfonie of een pianotrio is iets buitengewoons.

Wat wil je de huidige leerlingen van de YMA meegeven?
Wat ik graag zou meegeven is dat het ontdekken van muziek, en nieuwe vrienden het allerbelangrijkste is van de YMA. Het maakt niet uit wat je later wilt worden, ik weet dat zelf ook nog niet eens. Zolang je maar doet wat je leuk vindt, en daarvoor je uiterste best blijft doen, komt het altijd direct of indirect goed.