Deze maand staat saxofoniste Eva Bottinga in de schijnwerpers. Eva, een muzikant in hart en nieren, die nu in New York haar succes verder uitbouwt. Iemand die verder kijkt dan alleen muziek. En iemand die daarin anderen wil inspireren.

Hoe lang heb je op de YMA gezeten?

Ik heb van 2011 tot 2014 op de YMA gezeten. Ik begon met Klassiek en later ben ik Jazz erbij gaan

doen. Voodat ik toelating deed, had ik saxofoonles gehad bij de harmonie in Lage Zwaluwe. Ik

speelde toen ik begon voornamelijk popnummers en later ook Klezmer muziek. Toen ik op mijn 14 e

toelating deed, had ik eigenlijk geen idee wat ik op de YMA ging doen en wie ik was. Dat merkte mijn

saxofoondocent Ties Mellema ook op. Hij vond mijn geluid klassiek en zei dat hij mij wel les kon

geven, maar dat ik alles wel anders moest gaan doen. Ik heb toen 2 jaar etudes en toonladders

geoefend en gewerkt aan mijn klassieke techniek. Na die 2 jaar miste ik het improviseren en

samenspelen zoals dat bij Jazz is. Toen mocht ik Jazz erbij gaan doen bij Paul Weiling en Jasper Staps.

Het is niet zo gebruikelijk om Klassiek en Jazz te combineren, maar het paste wel bij mij. Ik heb het

altijd lastig gevonden om te kiezen tussen die stijlen. De saxofoon is relatief laat uitgevonden en zo’n

nieuw instrument leent zich voor meerdere stijlen. Voor mij hangt het ook heel erg samen met je

bent en hoe je jezelf wil uitdrukken.

Hoe kwam je bij de saxofoon terecht?

Doordat ik in Lage Zwaluwe bij de harmonie een open dag bezocht waar je alle instrumenten kon

uitproberen. Mijn zusje en ik hadden de opdracht om een instrument uit te kiezen. Niet de vraag óf

je een instrument wil spelen, maar welk instrument. Ik wilde eigenlijk graag trombone spelen, maar

ik was 8 en die trombone was veel te groot voor mijn arm. Toen zag ik de saxofoon en daar kreeg ik

meteen geluid uit. Dit wordt hem, dacht ik. Later ontdekte ik Candy Dulfer, een sterke vrouwelijke

solovrouw en inspirator voor mij. Ik kom uit een muzikaal nest: mijn moeder is zangeres en dirigent

van een koor. Mijn zusje speelt viool en heeft aan het Hellendaal instituut in Rotterdam gestudeerd.

Af en toe speelden we samen, maar omdat we allebei een intensieve opleiding deden, speelden we

voornamelijk daar samen met andere mensen. We moesten ook meezingen in het koor in de kerk en

thuis zongen we ook heel veel.

Wat ben je na de YMA gaan doen?

De YMA is voor veel mensen een plek waar je begint en dan doorstroomt naar het conservatorium.

Mijn vraag was iedere keer: ga ik dat doen? Dat voelde toen gewoon niet goed. Ook omdat ik wist

dat ik ook andere interesses had buiten muziek die ik verder wilde onderzoeken. Als je

conservatorium gaat doen, moet je het ook 100% willen en dat had ik toen niet. Ik was ook graag met

school bezig en ben mijn academische kant toen gaan ontwikkelen bij de opleiding Liberal Arts en

Sciences in Amsterdam. Daar heb ik me ook gericht op filosofie en documentaire. Je kunt daar

namelijk verschillende richtingen met elkaar combineren. Tijdens mijn bachelor ben ik een semester

naar New York gegaan vanuit een uitwisselprogramma. Daar heb ik vooral muziek gemaakt. Ik had

vanaf het begin van mijn bachelor een eigen band en speelde veel. In New York dacht ik van: “Wow,

dit is heel iets anders”. Iedereen speelt hier veel meer samen. Iedere bar, iedere plek waar je kunt

zitten, heeft een klein podium waar mensen live muziek spelen en iedereen gaat gewoon met elkaar

samenspelen. Zo heb ik ook veel mensen ontmoet. “Dit vind ik zo leuk, dit is wat ik wil”. Ik voelde me

thuis in New York en vanaf dat moment werd het mijn een wens om daar terug te keren. Ik heb wel

mijn bachelor afgemaakt in Nederland. En toen, omdat ik ook documentaire en film had gestudeerd,

wilde ik toch iets creatiefs doen. Daarom ben ik me verder gaan verdiepen in documentaire. Ik heb

toen o.a. bij IDFA gewerkt. Daarnaast ik ben altijd muziek blijven maken. Aan het einde van mijn

bachelor had ik een duo gevormd met een zangeres/pianist die ik kende vanuit New York. We

schreven onze eigen muziek waarin we de 2 stemmen van ons instrument naar voren brachten. Je

hoort het niet vaak dat zang en sax samenspelen, het wordt vaak juist afgewisseld. 4 jaar lang

hebben we gespeeld, o.a. in verschillende theaters in Amsterdam, Parijs, New York. En toen kwam

corona en zat iedereen thuis. Ik realiseerde me dat de passie voor het muziek maken diep zit en wat

het voor mij betekent om op een podium te staan en voor mensen te spelen. Het werd tijd om er

echt voor te gaan en ik heb me aangemeld voor de Master aan de New School in New York. Daar

studeer ik nu sinds september. Het is dus een hele kronkelige weg ernaar toe, waarbij ik me

interdisciplinair heb verdiept. Ik maak nu een hele bewuste keuze voor muziek. Het schrijven van

eigen muziek en vrije improvisatie is wat ik het liefste doe. En vanaf het begin heb ik mijn eigen band

waarmee ik optreed in New York. Ik doe nu 2 compositievakken met echt geweldige docenten;

trompettist Dave Douglas en Elloit Cole. En dat ik merk dat de vrijheid die je hebt op het moment dat

je eigen werk maakt, echt bij me past.

Wat word je doel na deze studie?

Ik wil graag mijn eigen muziek uitbrengen en ik hoop met mijn band heel succesvol te worden.

Daarnaast wil ik interdisciplinair bezig zijn. Ik maak bijvoorbeeld een audiovisueel album met beeld

erbij, schrijf muziek voor een podcast en ik werk ook samen met een danseres. Verder zou ik

studenten en mensen in het algemeen willen inspireren om zich op interdisciplinair vlak te

ontwikkelen. Het is zo waardevol om buiten je genre, buiten je instrument te staan en te kijken naar

de wereld om je heen. Er liggen zoveel kansen, ook voor bijvoorbeeld klassieke pianisten. Dat zij in

contact komen met filmmakers en de kans krijgen een filmscore te schrijven. Er zijn zoveel talenten

die je met elkaar kunt verbinden. Mensen blijven nu vaak binnen hun eigen bubbel. Mijn doel is om

momenten te creëren waarop mensen op een andere manier met elkaar samenwerken, mede omdat

er zoveel talent is en mensen ook de behoefte hebben om dat te zien.

Wat is het mooiste muzikale moment wat je tot nu toe hebt meegemaakt?

Voor mij is dat eigenlijk een concert geweest buiten de YMA om, maar wel in dezelfde periode. Mijn

aardrijkskunde docent van de middelbare school is ook organist, Jan Willems, en met hem speelde ik

samen. We hebben een aantal concerten gegeven in de Grote Kerk van Breda. We speelden

verschillende stijlen, o.a. Piazolla, maar ook Summertime. Het orgel gecombineerd met de klank van

saxofoon werkte zo mooi samen, het geluid vulde de kerk helemaal. Voor iedereen die er was, was

dat een hele meditatieve, overweldigende ervaring. Ik dacht: “wow, nu hebben wij iets gecreëerd

wat ik heel erg mooi en bijzonder vind”.

En als je nu terug kijkt, welke rol heeft de YMA gehad in je leven?

Ik heb nog steeds contact met oud YMA-ers als Maud Busschers en Rosa van Walbeek, dat zijn

gewoon hele goede vrienden. Met hen speelde ik ook samen. Verder is het een unieke kans om op

zo’n leeftijd op zo’n niveau les te krijgen. De handvatten die ik daar kreeg en de basis die daar is

gelegd, daar pluk ik nog steeds de vruchten van. En ook: wat betekent muziek voor mij, wil ik

hiermee verder. Daar ben ik heel veel mee bezig geweest. Als ik de YMA niet had gehad, was ik hier

misschien nu niet geweest. Ik ben heel erg blij dat ik daar naar toe ben gegaan. Ook de ensembles

waarin ik zat trouwens en de theorielessen.

Wat zou je leerlingen mee willen geven?

Heb er plezier in, in wat je doet! En als het niet zo is, regel dan mensen om mee samen te spelen,

richt een ensemble op. Maak contact met elkaar. Vaak gaan studenten uren per dag oefenen, maar

zorg dat je het contact met elkaar houdt, want dat is de reden dat je muziek maakt. Dus hou het

plezier erin. En jouw eigen stijl en passie telt. Want dat is jóuw stijl! En ik weet dat dat echt moeilijk is

als je zo jong bent.